Een goede KPI begint met een goede definitie

Vorige week schreef ik al over het ontwerpen van een meetwaarde of KPI. Nu is de volgende stap om het ontwerp verder uit te gaan werken in een KPI definitie. Ook dit wordt binnen de PuMP methode ondersteund met een duidelijke aanpak.

Een onderdeel van de aanpak is het beschrijven van de KPI definitie op een groot aantal punten. De punten zijn op zichzelf niet wereldschokkend, maar ik vindt het altijd prettig om ze allemaal zo bij elkaar te hebben. Een ander groot voordeel van deze manier van werken is dat iedereen betrokken wordt bij het grondig uitwerken van de KPI’s. De belangrijkste redenen om deze structuur te hanteren is om te voorkomen dat we (verkeerde) aannames doen over berekening, interpretatie en gebruik van de KPI.

Probeer dus voor iedere KPI definitie de volgende punten in te vullen:

  • Naam: geef de KPI een unieke, betekenisvolle naam in exacte bewoording. Gebruik waar mogelijk bekende terminologie, maar vermijd jargon. Ongeveer 3 woorden is optimaal.
  • Beschrijving: beschrijf het resultaat waarvan de KPI het bewijs levert. Gebruik heldere en eenvoudige taal, zodat iedereen in de organisatie het kan begrijpen.
  • Belang: beschrijf de vragen die deze KPI beantwoord en de beslissingen die het kan ondersteunen
  • Waar past het? – Niveau: het niveau waarvoor deze KPI van toepassing is: strategisch, tactisch of operationeel.
  • Waar past het? – Doel: het resultaatgebied waarvoor deze KPI een bewijs is.
  • Waar past het? – Relatie: de verhouding van deze meetwaarde met andere meetwaarden, zo kan deze bijvoorbeeld afhankelijk zijn van een meetwaarde op een hoger niveau.
  • Waar past het? – Proces: beschrijf de processen waaraan deze KPI gerelateerd is. Het kan een KPI zijn van het proces resultaat; het proces zelf of van de ontwikkeling/verbetering van het proces.
  • Berekening – Formule: een formule die exact en eenduidig weergeeft hoe deze KPI berekent wordt.
  • Berekening – Frequentie: de frequentie waarin deze KPI berekent wordt: dagelijks, wekelijks, maandelijks, etc.
  • Berekening – Scope: beschrijf de grenzen van de KPI berekening, bv: welke steekproef(omvang), specifieke geografische dekking, klant segmenten of productgroepen.
  • Berekening – Gegevens: beschrijf elk gegeven dat nodig is om deze berekening uit te kunnen voeren. Dit zijn zowel onderdelen van de formule, de frequentie als de scope.
  • Presentatie – Type vergelijk: in wat voor een type vergelijk wordt deze KPI gebruikt: absoluut (vergelijk van twee of meerdere absolute waarden), trend (ontwikkeling van de waarde in de tijd), relatief (vergelijk met een andere KPI) en correlatie (bepalen van de kracht van de relatie tussen twee KPI’s).
  • Presentatie – Methode: het type visualisatie om de KPI te tonen: tabel, lijngrafiek, staafgrafiek, bullet chart, control chart, histogram, etc
  • Presentatie – Frequentie: hoe vaak willen de gebruikers deze KPI bekijken? Dit hoeft niet het zelfde te zijn als de frequentie van de berekening, maar is vrijwel nooit vaker (dan verandert er namelijk niets)
  • Reactie: beschrijf verschillende mogelijke uitkomsten (snelle stijging/daling, onder/boven doelstelling, etc) en welke reactie daarop dan zou moeten volgen.
  • Prestatie eigenaar: de persoon of personen die het resultaat van deze KPI volgen, de oorzaken van veranderingen kunnen doorgronden en (indien nodig) acties ondernemen (reageren).
  • Definitie eigenaar: de persoon of personen die de definitie van de KPI beheren en onderhouden.

Hebben jullie al deze punten behandeld bij jullie KPI’s? Zijn er nog punten die jullie missen?

Een punt dat wij vaak tegenkomen bij het ontwikkelen van onze dashboards is de presentatie van de detail gegevens. Met andere woorden: welke gegevens en vormgeving wil je zien als je een “drill down” uitvoert op een KPI.

Tenslotte heb ik hier een fictief voorbeeld bijgevoegd van een KPI definitie. Wellicht dat het kan helpen bij het maken van je eigen KPI definities.